HOME
Site Meter
Na de oorlog 40-45

TERUG VAN START MET HARMONIE CONCORDIA

Na de bevrijding moest de harmonie van begin af aan opnieuw starten.  Enkele muzikanten uit het korps van vóór de oorlog trokken de kar terug op gang.  Samen met de nieuwe leden vormde zich een groep van ongeveer 25 muzikanten.
De repetitie ging door in de kleine zaal in Café de Posthoorn (Bosstraat) bij Mathieu Kraewinkels.  De harmonie kreeg een Hollandse dirigent, waarvan ik me de naam niet meer herinner.  
We merkten echter al dadelijk, dat deze man het niet lang bij ons zou uithouden.  En hij gaf dan ook na korte tijd zijn ontslag.
Even daarna verhuisden we naar het lokaal van Jèske Peeters aan de Eikerstraat.  Dirigent werd Swijzen, een zachtaardig man.  Het bestuur bestond uit Jan Montfort, Rene Peeters, Michel Vancleef, stadssecretaris Vancleef, Verstappen,  Gutschoven en nog anderen.
We kregen zelfs een nieuwe vlag waarop in het midden een jongen stond geschilderd met een lange trompet.  
En de activiteiten namen weer toe.  Een uitstap voerde ons naar Ophoven, waar we een concert zouden geven.  Te voet, want er was geen ander vervoer, gingen we met de zeer kleine groep van 20 muzikanten en een 4- tal bestuursleden op weg.  
Die uitstap liet in het korps een diepe inzinking na en deed de emmer overlopen.  Er werd wat heen en  weer gepraat.  En tot slot gaf iedereen er de brui aan.
Gedaan met de harmonie.
De groep had slechts drie jaar overleefd.  En nu plots was er geen harmonie meer.  Natuurlijk vonden de mensen van Maaseik dat erg.  Geen muziek meer.  Bij de een of andere viering liep er geen harmonie meer in de stoet.  Maaseik zat zonder harmonie.  
Sommigen maakten met Halfvasten zelfs een groep met de naam: “Waar is onze harmonie?”.

HARMONIE DE LIER

Maar de "harmonie-loze" toestand duurde gelukkig niet lang.  
Het was echter niet de oude Koninklijke Concordia die terug het levenslicht zag.  In plaats daarvan kwam  Harmonie De Lier.
Het bestuur bestond uit voorzitter Marbaise, Albert Lefèvre en Leon Paumen.  Zij waren de stichters.  
Verder waren er Albert Ost, Leon Haldermans, Lei Tissens, Michel Vancleef, stadssecretaris Vancleef, René Peeters, François Cordie en Jean  Vankerkom.
Het was een geweldige groep met 45 spelende leden.  Dirigent was Jean Demandt uit Eisden.  Ook nu bezat het korps nog geen echt uniform, maar droegen we een zwarte kepie.   
De groep had als vlag de Belgische driekleur met daarop een lier.
Harmonie De Lier maakte vele uitstappen.  Door tussenkomst van René Peeters konden we een bezoek aan Brouwerij Alken brengen
op een dag midden in de week.  Het feest kon niet op.  Bier vloeide, broodjes werden rondgebracht en dat was maar goed ook, want anders hadden we allemaal binnen de kortste keren onder de tafel gelegen.
Met De Lier trokken we ook naar het Waalse Herve.  Op het stadhuis kregen we een receptie, waar de champagnekurken knalden dat het een lust was.  
Enige tijd later moesten we een concert geven in Anderlecht.  
We vertrokken op tijd uit Maaseik met een bus van Broekmans.  Maar we kwamen niet verder dan de brug in Lanklaar.  Daar bleven we steken met stukken aan de bus en er zat niets anders op dan de reis af te zeggen.
De zondag erop trokken we opnieuw naar Anderlecht.  En dit keer geraakten we er zonder oponthoud en konden we onze marsen spelen.  Die stoet te Anderlecht was echter een hele klus.  De straat ging dikwijls bergop.  We speelden dat het een lust was, niet alleen op straat, maar ook in de café's.  Opeens kwam Jan Van Kerkom op het idee om een bezoek te brengen aan een muziekwinkel.  En bij kijken bleef het niet.  Hij kocht er een dikke trom.  Zelf trokken we na afloop met stille trom naar huis, maar we hadden toch veel plezier gehad.
Veel werk maar ook veel plezier beleefden we bij de zogenaamde “nevenactiviteiten”.
Bijvoorbeeld bij de Vlaamse kermis, die georganiseerd werd om geld in het laadje te krijgen.
Toen we genoeg geld verzameld hadden kocht het bestuur nieuwe instrumenten, die allemaal in de nieuwe toonaard stonden.  Bij een bepaald evenement kregen we de harmonie uit Eisden op bezoek.  Samen met hen zou De Lier door Maaseik trekken.
Verzamelpunt was Bèr Vanminsel aan de Bospoort.  Na het drinken van een paar pintjes stelden we ons op vóór het café.  Plots zakte Fonske Wetzels onder zijn dikke trom neer en moest hij met de ziekenwagen naar het ziekenhuis gevoerd worden.  De ganse groep was uiteraard fel aangedaan, maar het bestuur wilde dat we verder deden.  En ondanks het treurige voorval beleefden de harmonies uit Maaseik en Eisden-Mijn een fantastische dag.  Het was een grote groep muzikanten, die op die dag door Maaseik trok en vooral in de Bosstraat, waar de klank tussen de huizen gevangen wordt, klonk de muziek als nooit tevoren.
We deden mee aan de "Een mei optocht" in Genk, waar we "Maaseiker Cocktail Potpourri" speelden.  Dat viel zeer in de smaak van de toeschouwers.  Traditioneel werd ook ieder jaar Sinterklaas ingehaald aan de Maas.  Dikwijls konden we het niet uithouden van de kou aan onze vingers.  De pistons van de instrumenten vroren vast en dan moesten we maar telkens een café in lopen om alles te ontdooien.  Dat was een minder fijne kant.
Een reis maakten we naar Knokke om er een concert te geven.
Daar maakten wij en vooral Lei Tissens, kennis met de dames op het strand in een badpak.  Dat kenden we in Maaseik niet.
Maar ook De Lier maakte dan zwakkere tijden mee.  
Het ging steeds minder en minder goed tot uiteindelijk ook het einde kwam voor Harmonie De Lier.









Naar de vorige pagina (geschiedenis)
OPNIEUW MET HARMONIE CONCORDIA

Er ontstond echter weer een nieuwe harmonie.  Maar nu weer onder de naam Koninklijke Harmonie Concordia.
Op 13 juli 1959 werd er een algemene vergadering georganiseerd.  Er werd een reglement van inwendige orde gestemd en de 26 aanwezige muzikanten kozen bij eenparigheid van stemmen de volgende bestuursleden:

Erevoorzitter: Burgemeester Claessens
Voorzitter: Mathieu Segers
Ondervoorzitter: Bèr Poukens
Penningmeester: Albert Kraewinkels
Secretaris: Dirkx
Hulpsecretaris: R. Daelemans
Raadgevende leden: J. Vancleef, C. Debusschere, M. Reijlands, A. Kraewinkels, F. Marbaise, M. Hendrikx, M. Trines, J. Henkens en J. Bocken 
Spelende leden: L. Paumen, L. Vandebosch, H. Clerkx en A. Lefèvre

De zes gekozen bestuursleden droegen de volledige verantwoordelijkheid van de nieuw opgerichte harmonie.
De maatschappij verplichtte er zich toe om elk Te Deum, elke processie, de jaarlijkse kermisprocessie, de begrafenisplechtigheden en enkele andere stadsfeesten op te luisteren.
Iedere zaterdag was er repetitie om 20.00 uur.
Om de twee jaar moest er herkiezing van het bestuur plaatsvinden en dit op de eerste zaterdag van de maand juni.  Dit gebeurde voor de eerste keer in 1961.  
Al deze reglementen werden goedgekeurd op 15 oktober 1959.  Op die manier werd de harmonie nieuw leven ingeblazen.
Dirigent werd de Nederlander Knupkes.  Hij liet ons goede muziek spelen.  We gingen naar Rijsel in Frankrijk om er deel te nemen aan een grote stoet.  En dit bracht geld op voor onze maatschappij.
In 1961 werd er een nieuwe vlag ingewijd.  Er werd op gedronken en geklonken en op de Markt werd er een concert gegeven, op de kiosk vóór het stadhuis.  Het was een prima concert en de dirigent werd bedacht met een bos bloemen.
Knupkes bleef een paar jaar.  Maar om de één of andere reden diende hij zijn ontslag in.  Nieuwe dirigent werd Ubachs uit Stokkem.
De harmonie verhuisde naar de “Blauwe zaal Forum” op “‘t Bad”.  De nieuwe dirigent wilde orde in de zaal hebben en eiste dat iedereen om stipt 20.00 uur achter de pupiter zat om de repetitie te beginnen.  We gaven concerten in Stokkem, in Herderen,......  
En ook allerlei feestjes in Maaseik luisterden we op.  Maar... na enkele jaren gaf ook deze dirigent ontslag, omdat hij het niet meer kon combineren met zijn werk.
Mijn familie had zes muzikanten in de familie:
Mathieu speelde trom, Leon klarinet en z’n twee zonen Hubert klarinet en Mathieu trompet. 
Muziek zat bij onze familie in het bloed.
Het lokaal van de Koninklijke Harmonie Concordia verhuisde naar de "Stadsfeestzaal" aan de Markt.
De groep bloeide:  er was een majorettenkorps, een trompetterskorps en een trommelkorps. 
Dirigent werd Raemakers uit Thorn, een zeer bedreven en uitstekend dirigent, die zelf marsen en processiemarsen schreef ("Virga Jesse", "Regina Pacis", "O.L.Vrouw onder de Linden", "O.L.Vrouw Sterre der Zee", "Dieu et Patrie", enz...).
Met hem maakten we een reis naar Antwerpen om er een concert te geven op de Groenplaats.  Het succes was enorm en de mensen vroegen steeds maar weer bisnummertjes.
Een ander concert gaven we in Leut, waar we “Drie Aquarellen” van Guy Duijck speelden:
1. Spelend kind
2. Landschutz
3. De danseres
Een prachtig stuk, waarmee we veel succes oogstten, ook bij de andere muzikanten in de zaal. 
Op het reisschema stond eveneens een concertreis naar Oostende.  

In Maaseik zelf was het een "plicht" om iedere kermis te openen.  Kwam de harmonie niet langs, dan was het eigenlijk geen echte kermis.  Eerst in ‘t Ven bij het Eierkuppen.  In de café’s daar werd muziek gespeeld.  Bier en eieren vierden hoogtij.
De kermis in de Eikerstraat, in Siemkesheuvel, in Aldeneik en in Wurfeld.  Maar de plezierigste kermis was die van Heppeneert.  Daar waren er maar drie café’s.  Het meest gevraagd werd "Vlaai, vlaai,  socker op de vlaai".  Allemaal liedjes, die de mensen meezongen tot laat in de nacht.
Karnavalsstoeten luisterden we op in Lanaken en Maasmechelen, in Dolhain (zelfs drie jaar na elkaar) en natuurlijk elk jaar in Maaseik.
We gingen naar Dusseldorf, waar het een grote stoet zonder einde was, naar Schijndel in Nederland.  
Reizen gingen naar Altenahr, Königswinter enz...

Elk jaar op 11 november trokken we met het stadsbestuur en de oudstrijders met hun vaandels naar de kerk om de Brabançonne te spelen.  Daarna naar het kerkhof en terug naar de Markt, waar de kamers geschoten werden.
Na afloop bezochten we café’s.  Uiteindelijk bleven er nog een tiental muzikanten over om te boemelen.
Speciaal voor onze bassist Henri Clerx speelden we dikwijls een wals.  Hij stond dan op en begon rond te draaien met z’n bombardon om de nek.  Het ene liedje na het andere werd gespeeld.  Laat in de nacht eindigde de tocht met een serenade voor het standbeeld van Jan en Hubert Van Eyck.

Als afsluiting van het jaar volgde er einde november het Ceciliafeest.  In die tijd werd dit over twee dagen gespreid.  
‘s Zaterdags werd tot laat in de nacht gefeest en muziek gemaakt in de Stadsfeestzaal.  
‘s Zondags ging de groep naar de St. Catharinakerk voor het opluisteren van de mis.  Na afloop werd een tocht gemaakt langs de cafe’s.
Het bestuur bestond toen uit:

Voorzitter: Mathieu Segers
Ondervoorzitter: Leon Theunissen
Schatbewaarder: Henri Vrinssen
Secretaris: Vancleef
Leden: Jaak Silkens, Sotermans, Charel Vanwijck, Jaak Bocken, Leon Bocken en Theo Smits.

Er kwam een nieuwe dirigent, iemand uit eigen rangen: Theo Paradis, een echte Maaseikenaar en muzikant in hart en nieren.  Bij Concordia speelde hij vroeger klarinet.  
Als dirigent heeft hij ons kennis laten maken met de moderne harmoniemuziek: Jamaican Folk Suite, Mechlin’s Tower, Little Portrait, Moment for Morricone, Fascinating Drums.
Hij kan onze ganse groep begeesteren en beweegt van kop tot teen tijdens het dirigeren.
Vroeger mocht ik zelf ook eens een paar keer "reservedirigent" zijn.  Al moet ik het zelf zeggen, maar het ging eigenlijk goed.  Ik was daarover zo blij, dat ik op een paar uur tijd "een stuk in m’n voeten" had.
Om de muziek en ook de verstandhouding tussen de maatschappijen in de nieuwe fusiegemeente Maaseik te bevorderenm voerde het Stadsbestuur een "Fusieconcert" in.
Het was een jaarlijks concert, waaraan de korpsen uit Maaseik, Neeroeteren, Opoeteren en Voorshoven deelnamen.
Intussen was er een nieuw bestuur gekomen:

Erevoorzitter: Mathieu Segers
Voorzitter: Jaak Silkens
Ondervoorzitter: Theo Smits
Schatbewaarder: Henri Vrinssen
Verder: Richard Latour, Jean Gonnissen en Charel Vanwijck

De harmonie kende ook toen vele hoogtepunten.  Op het Fedekamconcours te Waterschei behaalden we een 1ste  prijs.  Vooraf was het repeteren wat de klok sloeg, maar dit leverde uiteindelijk zijn resultaat op.
In 1979 kwam er een volgend bestuur:

Voorzitter: Mathieu Godermans
Ondervoorzitter: Theo Smits
Schatbewaarder: Henri Vrinssen
Leden: Jean Hendrix, Martin Coenen, Pierre Cuypers en Margot Dupont

In 1983 vierde Concordia het 100- jarig bestaan.  Een groots feest voor zowel muzikanten als voor de Maaseiker bevolking.
Daarna ging de harmonie achteruit.  Er bleef nog maar een klein groepje van uiteindelijk 18 muzikanten over.  Er leek geen oplossing in zicht en Concordia zou waarschijnlijk weer ter ziele gaan.
Gelukkig kwam er toch een heropbloei onder het voorzitterschap van Henri Verlaak. 
Het aantal muzikanten steeg weer en door de inspanningen van alle leden kon de harmonie een nieuw en mooi lokaal kopen: de vroegere bioscoopzaal Van Eyck.
Onze muziek mag overal gehoord worden en de leden vormen een hechte band.  Dit alles laat hopen en erop vertrouwen dat de harmonie nog jaren lang door de straten van Maaseik zal trekken.
Ik speel nu al 60 jaar klarinet, mijn lievelingsinstrument.
Ik werd vier keer gedecoreerd: 25, 35, 45 en 50 jaar muzikant en toen ik 25 jaar getrouwd was, bracht de harmonie bij ons thuis in de Marktstraat een serenade.
Van mijn broers ben ik nog als enige als muzikant overgebleven.
Ik heb geen enkel jaar berouwd.
Integendeel, ik hoop nog lang temidden van Concordia te mogen spelen, één van de tofste muziekverenigingen die er bestaan.


Op het gedachtenisprentje van Theo schreven zijn kinderen:

Pa,

Toen je elf was
ging je leren muziek spelen.
Muziek werd je leven.
Met jouw muziek bracht je voor velen
een beetje hemel op aarde.
We geloven dat je nu 
muzikant voor God bent in de hemel.








                 Copyright © 2000-2011 K.H. Concordia Maaseik VZW. Alle rechten voorbehouden.
GESCHIEDENIS