Eindelijk met de harmonie mee!
Na al die lessen en na al dat gerepeteer kon ik eindelijk met de groep, met de harmonie de straat op. In het begin kwam er op straat natuurlijk niet veel muziek uit m'n instrument. Want op straat spelen of zittend spelen is nog een groot verschil. Maar al doende leert men, zegt het spreekwoord. En na een tijd kon ik de marsen toch al een beetje meevolgen.
Eén van de jaarlijkse hoogtepunten voor de harmonie was de processie met grote kermis. Dat was een fantastische gebeurtenis. De volledige harmonie trok uit en zelfs Blènje Fons stapte mee op met zijn tuba. Geleid door een jongen liep hij de ganse stoet mee in de rij. Ieder jaar weer lokte de processie enorm veel volk naar Maaseik. En geen enkele vereniging liet het zich nemen om aan deze stoet deel te nemen.
Maar ook bij bijvoorbeeld priesterwijdingen zagen de straten zwart van het volk. Het feestcomité van de straat waaruit de priester afkomstig was, liep er fijn uitgedost en op zijn paasbest bij. De buis op het hoofd, de "pittelèr" of zwaluwstaart aan en de witte handschoenen aan. De hele buurt werd met bloemen versierd... en de harmonie moest er natuurlijk bij zijn want anders was de stoet maar half zoveel waard.
Hetzelfde gold voor de Gouden Bruiloften of het geven van een concert ter gelegenheid van de kleine kermis in de Eikerstraat of van de kermis aan de "Statie". Voor onze groep stond er dan speciaal een kiosk opgesteld, waarop wij ons concert ten beste gaven. En wat kon het ons schelen dat die kiosk slechts bestond uit enkele lege tonnen met daarop wat planken. Voor ons was het een concert en we waren er fier op.
Bijzondere herinneringen heb ik ook aan het inhalen van Fernand Stiels. Op zijn nieuwe burgemeesterssjerp moest natuurlijk geklonken worden. Er werd een groot feest georganiseerd waarbij Jean Vancleef, de koster, de glaasjes steeds maar weer vol wijn schonk.
Minder aangename optredens waren de begrafenissen. Ik heb nog meegedaan aan de begrafenis van onze toenmalige voorzitter Jaak Peeters. Wij kleinen kregen van het bestuur een briefje mee, dat we aan frater-directeur moesten afgeven. Voor deze speciale gelegenheid mochten we uit die strenge fratersschool aan de Bleumerstraat wegblijven.
Vroeger was het contact tussen bestuur en muzikanten anders dan vandaag de dag. Er was een grotere afstand. De voorzitter was meestal iemand die buiten de harmonie stond. Iemand uit de groep van de zogenaamde prominenten in de stad.
Ook de opvolger van Jaak Peeters kwam uit die groep: Henri Vanderdonck.
Tijdens de wekelijkse repetitie op zaterdag was er nooit iemand van het bestuur aanwezig. Slechts wanneer er één of andere activiteit voor de deur stond, kwam de voorzitter even iets vertellen. Zo ging dat vroeger.
Wanneer de Koninklijke Harmonie op uitstap was geweest, ging de ganse groep na afloop met de vlag voorop naar het huis op de hoek van de Hepperstraat en de Vullerstraat.
Daar woonde Henri Vanderdonck in het huis "In de soete naem Jesu", het pand waar tot vóór enkele jaren de bibliotheek was. Daar werd de vlag afgegeven en ze bleef er tot de volgende uitstap. Ook toen was het een mooie vlag met bovenop het houten beeld van Jan en Hubert Van Eyck. Ze werd fier gedragen door Bèr Gielen.
Pas na die kleine traditie ging de harmonie terug naar het lokaal.
Het korps had in die tijd geen echt uniform, zoals nu. Ons herkenningsteken was een groene kepie. Ik weet nog dat me deze eerste kepie te groot was. Met behulp van een opgerold stuk krantenpapier maakte ik hem een beetje kleiner, zodat ze tenminste niet over mijn oren zakte.
Dirigent was Mathieu Claessen, die toen in de Grote Kerkstraat woonde. En als ik me hem voor de geest haal, dan zie ik hem altijd draaiend aan zijn enorme snor. Hij moet er wel erg trots op zijn geweest.
Tussen 1933 en 1940 bestond het bestuur, voor zover ik nog weet, uit Brouns, Willem Segers, Krawinkels, Leo Vissers, Leien en voorzitter Henri Vanderdonck.
Inmiddels was het 1939 geworden en werd ik 17 jaar oud. Natuurlijk maakten we plezier in de harmonie en speelden we toen al verschillende marsen ("Boute Antrai", "Demer en Jeker", processiemarsen "St. Lucie" en "St. Leon" en heel vaak "Lang zal hij leven").
Bij alle uitstappen vloeide er rijkelijk wijn. 's Anderendaags voelde ik me dan echter niet erg goed en rook ik nog altijd naar de wijn.
Muzikanten en bestuur waren toen:
Tien klarinetten: Leon Plaghki, Leon Muizers, Hub Smeets, Jaak Kraewinkel, Jean Monsieurs, Meizen, Leo Vandebosch en ikzelf, Massie en Lom Segers.
Zes pistons: Lom Godermans, Ber Dusché, Jaak Vanaanhold, Bèr Van Heeswijck, Henri Plaghki en Emile Coppens.
Drie bugels: Louis Schepers, Meulenmeester en Pier Meulenmeester.
Drie alto's: Vandeberg, Charel Vanwijck en Colla Peeters.
Twee sax alten: René Corstjens en Jef Lahaey.
Eén sax tenor: Poliet Janssen.
Twee baritons: René Broens en Miel Wouters.
Drie trombones: Mathieu Corstjens, Mathieu Vandebosch en Jef Collen.
Drie tuba's: Leon Paumen, Willem Peeters en Willem Peters.
Twee bombardons: Door Janssen, Charel Stijckers.
We waren met 35 spelende leden en twee kleine trommels: Mathieu Van Es - beter bekend als Thieuke Valk - en Bèr Metten. Dikke trom sloeg Jaak Monsieurs.
Fonske Wetzels droeg de dikke trom op zijn rug, waarvoor hij van Jaak altijd 1 frank kreeg. En in die tijd had je voor 1 frank nog een pint bier.
En dan brak de oorlog uit en lag de harmonie stil.
Lees verder!